De flexwerkplekken van vandaag lijken steeds meer weg te hebben van real life Pinterest moodboards. Het zijn weloverwogen, met smaak samengestelde oases waarin het ‘deelwerken gefaciliteerd wordt’, zoals dat heet. Millennials pluggen er in op wifi, met een matcha latte en açai bowl in de hand, klaar om in te bellen op een conference call. Deelwerken wordt er zo verleidelijk gemaakt dat het deels werken is. Alvast enkele ijkpunten.

GEEN FLOP

In ons land is de bekendste speler op het vlak van deelwerkplekken ongetwijfeld Fosbury & Sons. Toen ze in 2016 de Antwerpse Watt-toren omtoverden tot de coworking space ‘Harmony’, hebben ze een heel nieuwe standaard gezet. Het resultaat was een idyllische en smaakvolle kantoorjungle voor digital nomads.

Na het succes in Antwerpen, herhaalden ze de samenwerking met interieurarchitecten Going East eerst in Brussel met ‘Boitsfort’, nadien met ‘Alfons’ en sinds kort ook met ‘Albert’. In Antwerpen volgt nog ‘Clarisse’ en tegen 2023 zal ook nog ‘Montevideo’ openen, goed voor 11.000 m² aan nieuwe werkruimte in de historische Montevideo-pakhuizen aan het Eilandje.

De beproefde formule van Fosbury & Sons? Door een doorgedreven focus te leggen op sfeervol maar vooral kwalitatief design, in vaak warme natuurlijke materialen, krijg je een karaktervol interieur, maar zonder dat het een vast format wordt. Het staat mijlenver van een concept of blauwdruk dat je kan uitrollen in éénder welk gebouw en je kan Fosbury daarom niet snel van ‘franchising’ verdenken.

De kracht van hun samenwerking met Going East, zit ongetwijfeld in de detectie van karaktervolle panden. Daar staat of valt alles mee. De mate waarin ze vervolgens de architecturale context laten primeren op de behoefte om alles ‘in te richten naar hedendaagse noden’ is een tweede aspect. Het team slaagt er immers in om alle elementen heel goed te doseren zonder te minimaliseren.

USINE MINIMAL

Misschien wel het tegenovergestelde van het Fosbury & Sons-model is de aanpak in Firma. Daar neigt de dosering net wel richting minimaliseren. Bezielster Anne Van Assche - ook bekend als Baroness O - startte in Vilvoorde vanuit een redelijk onpersoonlijk industriepand en zette net deze zwakte om in een sterkte.

Firma cultiveert in dit project het ‘factory’-model en biedt naast deelwerkplekken zelfs ook een hout- en zeefdrukatelier, een doka en een 3D-printer. Met piekfijne kantoormogelijkheden, maar dan in een monochrome uitvoering. Het lijkt wel een blank canvas zoals de kaders van Insta-influencers of de Pinterest-prikbordjes, maar die nog ruimte laten voor persoonlijke inbreng.

Deze hang naar architecturale ruwheid én nieuwe zakelijkheid, weerspiegelt ook in het gebruik van eenvoudige bouwmaterialen. De celbetonblokken en het gipskarton, al dan niet op metalen profielen of semi-transparante golfplaten, overheersen in het interieur.

De deelwerkplek in Vilvoorde kreeg een vervolg in het voormalige Actiris-gebouw in Brussel en ook daar wisten ze - met de hulp van het Brusselse Keper architecten - de nieuwe zakelijkheid te bereiken met herbruikbare bouwmaterialen. Het maakt van de Firma werkplekken eigenzinnige en tegelijk duurzame projecten.

AL DAN NIET GOOGLE-CLICHÉ

In het huidige aanbod van coworking spaces vormen Fosbury & Sons en Firma elkaars tegenpolen. Het zijn de uitersten waardoor alle andere initiatieven op deze maatstaf kunnen worden uitgezet. Het Gentse ‘Ampla House’ dat een neoclassicistische patriciërswoning met een New Yorkse vibe injecteerde, neigt meer naar de Fosbury & Sons kant.

Het internationaal netwerk ‘Spaces’ of het Belgische ‘Silversquare’ liggen al een stukje dichter bij een mainstream idee van ‘een modern hip kantoor’. Het blijft doordacht, in vele gevallen ook smaakvol, maar ook al wordt er dan met trendy ergonomische meubilair gewerkt, het neigt toch naar de Google-cliché: een geeky kantoorconcept dat planmatig op papier is uitgewerkt eerder dan vanuit passie. Want als er bijvoorbeeld een pingpongtafel staat, is de kans groot dat je toekomstige hippe flexplek eerder op een beredeneerde checklist is gebaseerd.

Maar misschien is dit nog de beste conclusie: deelwerkplekken laten je de keuze zelf te ontdekken wat voor jou het beste werkt. En als je een werkplekje zoekt, hou dan zeker ook in je achterhoofd dat het je meer moet opbrengen dan kosten.