Gezond eten, genieten van het leven, gezelligheid met vrienden – dat gebeurt allemaal in de keuken of aan het keukeneiland. Maar wat zijn de keukengeheimen van architecten? Waar hechten zij belang aan, voor zichzelf of in hun projecten? We eindigen met de laatste twee van de vier internationale toparchitecten over de hedendaagse keuken.

Het architectenduo Regine Leibinger en Frank Barkow zoeken vaak de grens op tussen klassiek modernisme en de toekomst. Het duo begon meer dan 25 jaar geleden op een slaapkamer in Berlijn-Schonenberg. Inmiddels staan ze in de top drie van Duitse architectuurstudio’s en tellen ze meer dan negentig werknemers in hun kantoren in Berlijn en New York.

INFRA-LIGHTWEIGHT BETON

Het Duits-Amerikaanse koppel ontmoette elkaar voor het eerst op de universiteit van Harvard als studenten, waar ze later overigens ook als gastprofessoren terugkeerden. Beide maakten gebruik van academisch onderzoek en rigoureuze experimenten. Van hun kolossale industriële complexen, prototypes op maat en futuristische installaties voor kleine huizen: Barkow Leibinger gebruikt de nieuwste innovaties, materialen en technieken met een duidelijk doel.

Een nieuw veelbelovend materiaal dat Barkow Lebinger introduceerde is het zogeheten ‘Infra-Lightweight’ beton. Dit is een nieuw soort beton, ontwikkeld door de TU van Berlijn. “Het is duurzaam en isolerend tegelijkertijd. Het zorgt ervoor dat de traditionele materialen voor beton, zoals gips, overbodig zijn. En dat is een groot pluspunt, want gips is moeilijk te recyclen en milieubelastend. Na een experiment werken we er nu mee in een woontoren in Berlijn. We hopen dat dit een voorbeeld is voor andere architecten.”

KOOKKUNST

Hun ontwerpfilosofie ligt overigens in lijn met de flexibiliteit en modulariteit die je vandaag in veel keukens ziet. Maar hoe denken ze specifiek over het keuken-ontwerp? “Keukens zijn heel persoonlijk. Iedereen heeft specifieke voorkeuren en routines met betrekking tot bijvoorbeeld de koelkast en de oven”, zegt Regine Leibinger. “Klanten hebben dan ook een belangrijke rol in het bepalen waar welke toestellen komen te staan. Afhankelijk van het project zijn er verschillende elementen zoals kwaliteit, prijs en energieverbruik die belangrijk zijn. We helpen met de selectie en adviseren klanten om voor kwaliteit te kiezen, zodat je er ook wat aan hebt op de lange termijn.”

In hun eigen appartement is de keuken in ieder geval het sociale middelpunt. “Het is een open, warme ruimte die uitnodigt om bij te praten met familie. Het zijn de details die het verschil maken. Ons keukeneiland bijvoorbeeld, is een kunstwerk. Bedekt met kleurige tegels ontworpen door Claudia Wieser. Hierdoor creëer je een speciaal plekje waar je echt wilt blijven zitten.”

In een tijd dat de meeste architecten dromen van het ontwerpen van immense structuren keert de Franse architect Antonin Ziegler terug naar de basis, namelijk het woonhuis. Hij startte in 2012 zijn studio in Parijs in zijn eigen woning ‘Le 107’ genaamd. Een showcase: gebouwd op een perceel van amper 35m² in een rustige straat in een buitenwijk van Parijs. De beperking van ruimte noopt hem immers tot efficiënt gebruik.

VERTIKALE LOFT

“Beperkingen geven juist meer ruimte om creatief te zijn, omdat je binnen de lijnen je stijl moet uitdrukken. Voor Le 107 was ik mijn eigen klant en zelf verantwoordelijk voor de keuzes en het budget. Wat voor mij bevrijdend werkte. Grappig genoeg was de smalle oppervlakte van het huis een minder groot probleem dan de beperkingen in hoogte.”

Met een weloverwogen mix van verticale elementen en open ruimtes, slaagt Ziegler erin om zijn woon-studio groter te laten aanvoelen dan die daadwerkelijk is. “De begane grond heeft een groot raam aan de voorkant en een terras aan de achterkant, waardoor beide kanten groter ogen”, klinkt het. “De twee bovenverdiepingen zijn net zo open en lopen als het ware in elkaar over. Het is een loft, maar dan verticaal.”

KEUKENVENSTER

Opvallend is het gebruik van metaal, hout en grijs beton. Dat heeft deels te maken met het budget: de grote raampartijen waren immers een grote hap uit zijn budget. Hoewel hij altijd écht materialen verkiest die opvallen en niet zomaar in een omgeving opgaan. “Bovendien streefde ik naar de samenhang tussen binnen en buiten. Ik gebruik graag dezelfde materialen als het kan. Er is geen verschil tussen architectuur én interieurontwerp. Het moet een geheel vormen, zowel in ontwerp als in uitvoering. Als ik dat niet zou doen, voel ik me een schilder die slechts half werk levert. Het gaat om het totaalplaatje.

Keukens ontwerpt Ziegler het liefst in relatie tot grote ramen, net omdat men in die ruimte het meest tijd spendeert. “Het maakt niet uit of een ruimte klein of groot is, het is belangrijk dat de keuken het hart van het huis vormt. Mijn eigen keuken is zichtbaar waar je ook in huis staat. Ik kook zelf niet vaak, maar ik ben wel vaak in mijn keuken te vinden. De evolutie van de keuken is in mijn optiek ook het naadloos integreren van keukentoestellen. Als de koelkast, oven en vaatwasser onzichtbaar worden, kan de keuken in een klap veranderen en ook andere functies bedienen. Het creëert veel mogelijkheden voor de ruimte.”